90 km langlaufen, met dank aan Bedaf

Door Erik Sevens, lid van Bedaf

Sälen, zondag 3 maart 2019 – Vandaag is de dag. Ik ben op weg naar de start van de VasaLoppet, de 90 km lange langlaufmarathon van Sälen naar Mora in Zweden. Deze marathon waarvoor ik sinds november 2018 in training ben bij Bedaf, heeft maar liefst 16.000 deelnemers. Het evenement wordt ieder jaar gehouden op de eerste zondag van maart ter nagedachtenis aan Gustaaf Vasa, de koning van Zweden die – op de vlucht voor de Denen – deze tocht op ski’s maakte.

Het is half 6 in de ochtend als we aankomen in Sälen. Bij de start klinkt muziek. Het krioelt er van de mensen die met ski’s in de hand naar hun startvak lopen. Adrie, mijn maatje, en ik staan net als de andere nieuwkomers in het laatste deelnemersvak 10, vanaf de parkeerplaats een lange wandeling langs het deelnemersveld met 16.000 mensen. Wat is dat een menigte!

Adrie en ik zijn al op woensdag aangekomen en hebben het parcours verkend. Dagenlang zijn we bezig geweest met het kiezen van de juiste kleding. Hoeveel lagen doe jij aan? Ben ik wel beschermd tegen de voorspelde sneeuw? Wordt het niet te warm als we bezig zijn? En wat als we stil staan op die eerste berg? De sportzaken in de omgeving van Mora vaarden er wel bij. Op het laatste moment heb ik nog een nieuwe broek gekocht, warm genoeg en bestand tegen de sneeuw.

Rond 7 uur gaat de muziek ineens harder. In de vakken voor ons zien we enkele dames op verhogingen staan dansen. Even later maant een luide stem ons aan om de armen en benen te strekken. Een warming-up op zondagochtend in de vrieskou met 16.000 man! Iedereen doet mee. Het kippenvel is deze keer niet van de kou!

De tijd gaat nu snel voorbij. Een kwartier voor de start staan alle deelnemers klaar, wordt de extra kleding in de gereedstaande containers gegooid en maak ik nog snel een foto. Veel eerder dan verwacht komt de meute in beweging. Ik schuifel met mijn telefoon nog in mijn hand mee naar voren. Als ik 10 meter verder ben, kijkt Adrie me aan en vraagt “Waar zijn jouw stokken?!” Ik schrik en realiseer mij dat die nog op de grond liggen achter mij. Teruggaan is onmogelijk. Als ik me angstig omdraai kijk ik in het gezicht van een lachende man die mij mijn stokken aanreikt. Ik wil hem omhelzen!

We zijn 500 meter onderweg. Ik heb een brace om mijn hand die ik een paar dagen eerder bij een lelijke valpartij heb gekneusd. Het voelt goed! Afzetten gaat zonder pijn! Ik ga het halen! Alle spanningen van de afgelopen tijd vallen van me af en onbevangen geniet ik van alles om me heen. Als kind zag ik elk jaar op Studio Sport de beelden van duizenden langlaufers, die ergens in Zweden, allemaal tegelijkertijd vertrokken voor een wedstrijd. Dat maakte zoveel indruk op mij, dat stond voor altijd in mijn geheugen gegrift. En nu sta ik ertussen! Thuis zijn ze me aan het volgen! In de verte vormen de vele deelnemers dicht op elkaar een kleurrijk lint dat langzaam de berg opkruipt. Het prachtige beeld van de bekende poster.

Op de berg is het vooral zaak om je materiaal heel te houden, zo hebben we bij Bedaf geleerd. Verder is er niets te verliezen, gewoon aansluiten. Na 5 kwartier ben ik boven en begint de tocht echt. Wat opvalt is de stilte. Er wordt zuinig omgesprongen met energie. Het wordt een lange dag met tegenwind en sneeuw. Voor 20.00 uur vanavond moet ik over de finish zijn. Ik heb mijzelf ten doel gesteld om bij de eerste twee controles wat marge op de tijdslimiet op te bouwen. De loipes zijn slecht, maar dat is logisch als er al 15.000 deelnemers voor mij overheen zijn gegaan. Er moet gewerkt worden nu. De lange wandeltochten met Gerrita, de lessen en trainingen bij Bedaf en de extra uren op de Tacx moeten zich nu gaan uitbetalen. Links en rechts haal ik mensen in. Op de heuveltjes stap ik vlot naar boven. Dit gaat goed! Het passeren van de streep in Smågan, de eerste controlepost, voelt alsof ik met de transponder aan mijn enkel een glimlach op de gezichten van het thuisfront tover. Ik neem een bekertje drinken aan en ga door. Ik wil ze thuis zo snel mogelijk laten zien dat ik weer een controle verder ben.

Tussen Risberg en Evertsberg – Evertsberg ligt halverwege – lijkt het alsof de borden die de kilometers naar Mora, de finish, aangeven, steeds verder uit elkaar gaan staan. Had ik nu het bord van de 47 km al gezien of was dat het bord van de 48 km? Ik ben nog niet op de helft, dat is wel duidelijk. Ik verlang naar de volgende controle, maar die is nog niet dichtbij. Het dubbelstokken valt zwaar. Ik glij onvoldoende om de snelheid erin te houden. De diagonaalpas is bijna niet te doen onder deze omstandigheden. Steeds vaker is niet of nauwelijks zichtbaar waar ooit een loipe heeft gelegen. De Zweden om me heen lijken er minder moeite mee te hebben. Hebben ze betere wax misschien? We hebben onze ski’s gisteren met een doekje voorzien van een laagje universele wax. Ze zagen wel mooi zwart, glansden zelfs een beetje, maar was het genoeg? Daar is het bord met nog 47 km. Ik tel de kilometers af naar Evertsberg.

De verleiding is groot, maar ook in Evertsberg gun ik mezelf geen rust. Er volgt een lange afdaling. Snel een paar bekertjes drinken en weer door. Maar mijn snelheid ligt een stuk lager dan eerder deze week. Al rekenend begin ik aan de eerste van de twee klimmen richting Oxberg. Dit gaat tijd kosten, maar hoeveel? Bij het uitreiken van de startnummers was ons verteld: “Als je om 19:00 uur in Eldris bent, bij de voorlaatste controlepost, en de dokter vindt het goed, dan mag je sowieso door naar de finish”. We hebben erom gelachen, maar nu neem ik mij voor om in Eldris niet te laten merken dat ik praktisch uitgeput ben. Met m’n verstand zoveel mogelijk op nul blijf ik mezelf vooruit stuwen. Ik sta regelmatig te wankelen en twee keer val ik over mijn eigen ski’s. Ik word voortdurend ingehaald.

Als het begint te schemeren, hoor ik van achter de bomen geluiden van de controle in Eldris. Ik ben ruim op tijd, nu nog maar 9 km. Maar hoe kom ik die door? Eerst maar eens gaan zitten, na ruim 10 uur inspanning. Als ik de sneeuw van een houten bankje veeg, blijk ik de enige te zijn die gaat zitten. Al snel komt er iemand naar me toe. “Are you allright?” Ik schrik, voel me door iedereen aangekeken. En die dokter staat hier ook ergens! Na een paar minuten en een bekertje blåbärssoppa dat iemand mij aanreikt probeer ik snel op te staan. Ik wil zo snel mogelijk uit het zicht van die dokter! De laatste kilometers zijn gelukkig verlicht. Rond 19:17 uur kom ik over de finish in Mora. Thuis worden ze verlost van de spanning. Vele reacties volgen. Trots verneem ik van Ann en Wim Ketelaars dat ik de eer van Bedaf hoog heb gehouden. Het doet zeer als ik hoor dat Adrie helaas niet op tijd was in Oxberg.

We horen van alle kanten dat de omstandigheden in geen 30 jaar zo zwaar zijn geweest. Halverwege in Evertsberg zijn 600 uitvallers genoteerd, waar dat normaal ongeveer 50 is. De verhuurders van onze accommodatie, zestigers die hun leven lang al de Vasaloppet volgen, zeggen dit nog nooit te hebben meegemaakt. Vasasport, de Nederlandse reisorganisatie die ieder jaar een trainingsweek rondom de Vasaloppet organiseert in de omgeving van Mora, feliciteert mij met het ‘finishen van deze heroïsche editie’. Zwaar was het zeker, de voldoening groot.


Leave A Comment